Jeanne Verwey-Tilbusscher
De stille muze van Kees Verwey
Een groter contrast dan tussen Jeanne Tilbusscher en Kees Verwey is nauwelijks denkbaar.
Verwey was beïnvloed door het werk van de impressionisten uit zijn tijd, terwijl Jeanne werd geïnspireerd door de tekeningen van Rie Cramer en de vrije-expressie naaldkunst van Cecile Dreesmann. Een grotere tegenstelling is nauwelijks denkbaar.
Ook qua karakter verschilden zij van elkaar: Verwey was een temperamentvolle en dominante man, terwijl zij kalm en geduldig was met een zacht karakter. Desondanks was zij zijn beschermengel en muze, die het onderwerp was van vele portretten.
Zij leerden elkaar kennen tijdens de bijeenkomsten van Kunstkring De Acht in Haarlem.
Jeanne werd geboren in Groningen en na de middelbare school haalde zij haar onderwijsakte inclusief klassieke tekenlessen. In het bijzonder haar weergaven van de thema’s bloemen en dieren tonen haar oog voor detail en gevoel voor kleur.
Zij stond aan de oorsprong van een geheel nieuwe richting in het de naaldkunst. Geïnspireerd door het vrije borduurwerk van Cecile Dreesmann (het zwarte schaap in de warenhuisdynastie) had zij zich ontwikkeld tot een begenadigd naaldkunstenaar; dit naast haar talent als tekenaar en aquarellist. Mede onder invloed van Verwey richtte zij zich op het borduren van expressieve composities. 
Tot haar pensioen werkte zij op huishoudscholen te Amsterdam en Haarlem.  Bovendien werkte zij 1953 mee aan Ik kan handwerken, een standaardwerk over borduren en naaldwerk (later Het grote handwerkboek, dat in geen huishouden ontbrak).
Haar nalatenschap omvat een rijke collectie werkstukken; in de vitrine van het museum zijn enkele van haar handwerken te bewonderen, o.a. een stukje expressionistisch borduurwerk, een patchwork en een gehaakt handtasje. Ook haar kunstwerken op linnen zijn hier vertegenwoordigd.
In 1986 werd Jeanne ziek en Kees waakte dagelijks aan haar bed. Op 27 januari 1990 overleed zij. 

Annemarie Broek